NLENWhatsAppContactWord lid van de talentpool
← Terug naar blog
JuridischVoor bedrijven3 minGepubliceerd 11 oktober 2026Bijgewerkt 11 oktober 2026

WERKSTUDENTCONTRACT VERLENGEN: KETENREGELING EN AANZEGPLICHT

Hoe vaak mag je een tijdelijk contract verlengen, wanneer moet je dat aanzeggen en wanneer is er een transitievergoeding? De regels, met de wetstekst als bron.

Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch, fiscaal of financieel advies. Regels wijzigen en je situatie kan afwijken: check de actuele regels bij een officiële bron (bijv. Rijksoverheid, Belastingdienst, Juridisch Loket) of raadpleeg een adviseur voordat je erop vertrouwt.

Een tijdelijk contract met een werkstudent mag je verlengen, maar niet onbeperkt. Volgens artikel 7:668a BW geldt het laatste contract als aangegaan voor onbepaalde tijd als je meer dan drie tijdelijke contracten sluit, of als die contracten samen (tussenpozen van ten hoogste zes maanden inbegrepen) meer dan 36 maanden beslaan [1][2]. Bij een contract van zes maanden of langer moet je bovendien uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk laten weten of je het voortzet [3][4].

Hoe werkt de ketenregeling?

De wet kijkt naar opvolgende contracten tussen dezelfde partijen. Liggen er tussen de contracten ten hoogste zes maanden, dan loopt de keten door. Pas bij een langere pauze begint de teller opnieuw [1]. Zou een nieuw contract het vierde worden, of komt de totale periode boven de 36 maanden uit, dan geldt het laatste contract als een contract voor onbepaalde tijd, ook als er op papier een einddatum staat [1]. Dit geldt ook voor opeenvolgende werkgevers die ten aanzien van het werk redelijkerwijs elkaars opvolger zijn [1].

  • Een cao kan afwijken: de Rijksoverheid meldt dat afspraken in de cao voorgaan [2]
  • Uitzonderingen volgens de Rijksoverheid: een leerwerkovereenkomst voor de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), en werknemers jonger dan 18 jaar die gemiddeld maximaal 12 uur per week werken [2]
  • Voor een werkstudent van 18 jaar of ouder geldt de uitzondering voor jongeren dus niet, ook niet bij weinig uren

Wat is de aanzegplicht?

Bij een tijdelijk contract van zes maanden of langer moet de werkgever uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk laten weten of het contract wordt voortgezet en, zo ja, onder welke voorwaarden (artikel 7:668 BW) [3]. De plicht geldt niet bij een contract korter dan zes maanden of bij een einddatum die niet op een kalenderdatum is gesteld [3][4]. Laat je de aanzegging achterwege, dan ben je een vergoeding verschuldigd van het loon over één maand; kom je te laat, dan een evenredige vergoeding [3][4]. Loopt de arbeidsrelatie na de einddatum door zonder dat je tijdig hebt aangezegd (of bij een contract korter dan zes maanden zonder tegenspraak), dan wordt het contract volgens lid 4 geacht voor dezelfde tijd, maximaal één jaar, op de vroegere voorwaarden te zijn voortgezet [3].

Is er een transitievergoeding als je het contract niet verlengt?

In veel gevallen wel. Volgens artikel 7:673 BW is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd als een tijdelijk contract van rechtswege eindigt op initiatief van de werkgever en niet wordt voortgezet, tenzij er een opvolgend contract is dat binnen zes maanden ingaat en tussentijds opzegbaar is [5]. De vergoeding is voor elk dienstjaar een derde van het maandloon, naar evenredigheid voor kortere perioden [5]. Er is geen vergoeding als het contract eindigt voordat de werknemer 18 wordt en hij gemiddeld ten hoogste twaalf uur per week werkte [5]. Weigert de werknemer zelf een verlenging, dan bestaat alleen recht op vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever [6]. Voor de hoogte van de vergoeding verwijst de Rijksoverheid naar een rekenhulp van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [6].

Wat verandert er per 1 januari 2028?

De Eerste Kamer heeft op 7 juli 2026 ingestemd met de Wet meer zekerheid flexwerkers. Volgens de Rijksoverheid gaan de belangrijkste onderdelen per 1 januari 2028 in. Na drie tijdelijke contracten mag dan drie jaar lang geen tijdelijk contract meer worden afgesloten. Oproepcontracten worden vervangen door een bandbreedtecontract, met een uitzondering voor bijbanen van onder meer scholieren en studenten [7]. Stand per 11 oktober 2026.

Wat kun je praktisch doen?

  • Noteer bij elk contract de einddatum en een aanzegdatum een maand eerder
  • Beslis op tijd of je een volgend tijdelijk contract aanbiedt, een vast contract of afscheid neemt, en houd het aantal contracten en de totale looptijd bij
  • Controleer of een cao van toepassing is die afwijkt van de wet
  • Leg elke aanzegging schriftelijk vast en bewaar een bewijs van verzending
  • Laat je bij twijfel adviseren door een arbeidsjurist of een brancheorganisatie

Bronnen

  1. wetten.overheid.nl: Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 668a (ketenregeling), geldend per 1 juli 2026, geraadpleegd 11 oktober 2026.
  2. Rijksoverheid: Wanneer gaat mijn tijdelijke contract over in een vast contract?, geraadpleegd 11 oktober 2026.
  3. wetten.overheid.nl: Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 668 (aanzegplicht), geldend per 1 juli 2026, geraadpleegd 11 oktober 2026.
  4. Rijksoverheid: Wat is een aanzegtermijn?, geraadpleegd 11 oktober 2026.
  5. wetten.overheid.nl: Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 673 (transitievergoeding), geldend per 1 juli 2026, geraadpleegd 11 oktober 2026.
  6. Rijksoverheid: Heb ik recht op een transitievergoeding als ik word ontslagen?, geraadpleegd 11 oktober 2026.
  7. Rijksoverheid (2026): Meer zekerheid voor mensen met een flexcontract, geraadpleegd 11 oktober 2026.
OOK INTERESSANT